Het tijdperk van de mens

Het tijdperk van de mens

Home
Hoger


6.000 jaar geleden ontstond de landbouw in Egypte. De Sahara was toen veel vruchtbaarder dan nu.De menselijke beschaving kwam op in een tijd met een warm, stabiel klimaat die volgde op een periode met ijstijden en klimatologische onrust.
Ongeveer 6.000 jaar geleden was de temperatuur gemiddeld zo’n 2į Celsius hoger dan tegenwoordig en ook de neerslag was groter. Dit kwam ten goede aan het ontstaan van de landbouw in Egypte en MesopotamiŽ wat leidde tot een overschot aan voedsel dat voor het eerst werd opgeslagen. Hierdoor konden grote groepen mensen samenleven in de vlakte van MesopotamiŽ.
Welke rol het klimaat in de Oudheid speelde, in de bloeitijd van de Griekse cultuur en tijdens de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk, is nog onzeker. Het klimaat begon af te koelen en oogsten mislukten. Dit kan echter ook gewoon het gevolg geweest zijn van ontbossing en inefficiŽnte irrigatiesystemen.
Ook de redenen voor het plotselinge verval van de Maya-beschaving in Midden-Amerika tussen 800 en 1.000 na Christus. De samenleving stond al onder druk door bevolkingstoename, achteruitgang van het milieu en botsingen tussen steden. Maar in vroegere eeuwen had men soortgelijke problemen weten te overwinnen.
Omstreeks 800 was er echter een lange droge periode die de Maya's nog meer onder druk zette en tot de uiteindelijke instorting kan hebben geleid.

De Middeleeuwen.Een lange droogteperiode in het zuidwesten van Noord-Amerika omstreeks 1280 leidde tot de ondergang van de  Anasazi-beschaving. Sindsdien zijn de rotswoningen verlaten.
De tiende tot de twaalfde eeuw vormen het zogenaamde middeleeuwse klimaatoptimum, met in Europa temperaturen die vergelijkbaar zijn met vandaag.
Dit goede klimaat begunstigde de kolonisatie van Groenland door de Vikingen, en de opkomst van de Europese beschaving tussen de elfde en de dertiende eeuw. Aan het eind van de dertiende eeuw veranderde het klimaat opnieuw. Er waren vreselijke koude, natte zomers in 1315 en 1316 en opeenvolgende koude zomers daarna.
De bevolkingsafname in Europa (die nog voor de Zwarte Dood aan het eind van de veertiende eeuw begon) kan een gevolg zijn geweest voor de afkoeling. Maar er waren ook menselijke factoren in het spel: een eerdere snelle bevolkingstoename, uitbreiding van de landbouw naar minder vruchtbaar land en vestiging in kwetsbare kustgebieden.

De Kleine IJstijd.
De Kleine IJstijd is vastgelegd in Vlaamse schilderijen, bv. Jagers in de sneeuw van Pieter Brueghel (ca. 1525-1569).De historische betekenis van de Kleine IJstijd - een koele periode van ongeveer 1450 tot 1850 met veel strenge winters - staat niet vast. In Londen vroor de Thames herhaaldelijk dicht zodat er winterse volksfeesten op het ijs gehouden kon worden.
Reeksen koude winters in de jaren 1590, 1690 en 1810 leidden tot voedselgebrek in heel Europa en deden de Alpengletsjers groeien.
De Kleine IJstijd is een ongrijpbaar verschijnsel en misschien niet eens een aaneengesloten periode. Recent onderzoek duidt erop dat hij bestond uit een aantal koude intervals van maximaal 30 jaar aan het einde van de 16de en 17de eeuw en van 1800 tot 1820.

De Afgelopen Decennia.
Vanaf 1900 is het klimaat wereldwijd ongeveer 0,5į Celsius opgewarmd, vooral in twee perioden - tussen (rond) 1920 en 1940 en sinds 1975. Het is nog niet zeker of deze wereldwijde opwarming deel uitmaakt van een natuurlijke cyclus of aan menselijke factoren kan worden toegeschreven.

De Kolonie op Groenland.De uitgestorven kolonie op Groenland.
De ondergang van de Noorse kolonie op Groenland is het enige voorbeeld van een goed ontwikkelde Europese samenleving die volledig verdween. In 985 na Christus, tijdens een bijzonder warme periode, vestigden zich onder leiding van Erik de Rode zo'n 300 ŗ 400 kolonisten in twee nederzettingen op de westkust van Groenland. Aan het begin van de twaalfde eeuw waren er meer dan 300 boerderijen met ongeveer 5.000 mensen. De kolonisten bezaten kudden vee, maakten gebruik van het overvloedige wild en ontvingen goederen uit IJsland en ScandinaviŽ.
In de twaalfde en de veertiende eeuw, ver voor de klimaatsverandering in West-Europa, werd het op Groenland plotseling kouder. Deze veranderingen brachten meer stormen en pakijs rond Groenland met zich mee. Daardoor werd de route van en naar IJsland steeds moeilijker en vaak was er dan ook jarenlang geen contact. Het laatste contact dateert van 1410 en niet veel later stierf de nederzetting uit. Archeologisch onderzoek van de graven geeft een schokkend beeld van ondervoeding en slopende ziekten.

Naar het begin van deze pagina.