Terugkeer van de bevers ?

Mies schreef het volgende E-Mailtje dat ik jullie niet wil onthouden:

Hubert,
Geen idee of je deze site kent: www.waalsweekblad.be maar hier staat onder meer dit artikel te lezen:
In de Hoge Venen zijn weer bevers gezien. Dat heeft de vereniging Les Amis de la Fagne meegedeeld, volgens de BRF. Hier staan foto’s van een eerdere ontdekking van deze waterknaagdieren in het gebied.

Lijkt leuk maar ik zag onlangs nog een documentaire over bevers en ik vraag me af of deze diertjes er niet voor gaan zorgen dat “er geen boom meer overeind blijft”. Eén diertje legt op minder dan een week een boom om; naar ’t schijnt…
Groetjes enne…morgen zijn we weer in de pure natuur te gast!
Mies

Wat denken jullie? Zullen die paar bevers het natuurpark Hoge Venen ontbossen kunnen? En overigens, dat Waals weekblad heeft best interessante artikeltjes, ik kende het nog niet.

Meer informatie over de bevers in Wikipedia:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_bever

Reisverslag van Mies de Wolf: De Bayehon

De Bayehon

Op Pinkstermaandag stond wandeling nr. 14 uit het Julien Van Remoortere wandelboek op ons programma.

Eerst ons vosje fotograferen en na een laat ontbijt reden we naar het nationaalparkcentrum van Botrange. Het leek er wel 10° kouder dan in WW maar dat gevoel verdween vlug. Met de beschrijving in de hand volgden we het pad van 1 naar 2.

Al snel liepen we door zompig veen waar het moeilijk was om onze voeten droog te houden. De Voie de fer vinden was geen probleem maar even later waren we het spoor bijster. Het zicht op de open vlakte met veestal was nog juist maar verder herkenden we niets meer. We staken een riviertje over door van rotsblok naar rotsblok te springen. Geen vermoeden dat het om de Ruisseau des Tailles ging.

Spookbeelden van verloren gelopen venenwandelaars, spookten al in onze hersenen. We besloten om vanaf daar enkel nog goed verharde wegen te nemen. Zo kwamen we op een breed pad en merkten we in de verte enkele fietsers.

Onze onrust verdween meteen en onder een stralende zon liepen we vrolijke verhaaltjes vertellend verder. Toen we daarbij nog een eekhoorntje zagen, kon niks meer verkeerd gaan.

De tip “loop steeds naar een laagte tot je aan een rivier komt” kwam ons nu goed van pas. We daalden verder af en kwamen vanzelf aan de Bayehon uit. Een wandelboom hielp ons onze oriëntatie terug te vinden. Even uitrusten op de bank terwijl we onze plannetjes bestudeerden. Na overleg was iedereen het ermee eens om aan te sluiten op een andere wandelroute. Die van de ‘rechtopstaande blauwe rechthoekjes’.

Stroomafwaarts volgden we een rotsig pad langsheen de schilderachtige Bayehon. Het water loopt spetterend de ‘treden’ van de rivierbedding af.

Na de schuilhut bereikten we een open landschap met pas aangeplante boompjes en meteen hoorden we de ‘Cascade du Bayehon’. Zo op het eerste zicht niet te geloven dat deze 9 m hoog is.

De bank aldaar bood rust en tijd om dit stukje natuur te bewonderen.
Vogeltjes kwetterden vrolijk boven het schuimend wateroppervlak.
Nog verder stroomafwaarts volgden we een breed verhard pad met rechts van ons de steeds breder wordende Bayehon. Het verbaasde me dat we – ondanks het zonnig weertje – bijna niemand ontmoetten.

We bereikten de samenvloeiing van de Bayehon en de Ruisseau de Ghaster. Hier was het pad verrassend smal. Soms zodanig eng dat ik eerst zeker wou zijn over mijn evenwicht alvorens een stap voorwaarts te zetten. Dit riviertje was al even idyllisch als de Bayehon zelf.

Op de meeste plaatsen leidde een bruggetje ons naar de overkant en een enkele keer kregen we alleen rotsblokken om op te springen om de overkant te bereiken.

Onderweg stuitten we nog op een termietenhoop. Er heerste een drukte van jewelste!

Nog een laatste keer uitrusten om dan in rechte lijn terug naar de parking te stappen.
Dit was – tot nu toe – onze mooiste ‘groene’ wandeling.

Met een heerlijk avondmaal in de ‘Mont-Rigi’ sloten we dag voldaan af.

‘Sportzadel slecht voor seksleven’

Weer een leuke wetenswaardigheid van Mies…
(De leuke foto kan ik jammer niet plaatsen omdat ik niet weet of er copyright op is)

‘Sportzadel slecht voor seksleven’ kopt de Consumentengids deze maand. Om de zoveel tijd keert dit thema in de media terug. En elke keer is er wel een nieuw onderzoek te melden. De feiten op een rijtje.

Erectiestoornissen
Eerst het artikel uit de Consumentengids.
‘Fietsen is gezond. Maar het kan wel een slechte invloed hebben op het seksleven van mannen. Onlangs bleek uit een Amerikaanse onderzoek dat mannen die veel fietsen, vaker last hebben van erectiestoornissen. De wetenschappers deden onder andere onderzoek bij Amerikaanse politiemannen die op de fiets patrouilleren. Ze ontdekten, dat deze minder vaak een erectie krijgen en dat die ook van kortere duur is dan bij mannen die zelden of nooit op de fiets stappen.

Hard en langwerpig
Volgens de onderzoekers komt dat doordat het zadel, dat bij herenfietsen meestal harder en langwerpiger is dan bij typische vrouwenzadels, de bloedtoevoer naar de ‘edele delen’ tegenhoudt. Vooral racefietsen hebben een zeer smal, meestal vrij hard zadel dat tijdens het fietsen precies op de prostaat drukt. Bij wielrenners komt het daarom regelmatig voor, dat zij na een lange tocht moeite hebben met plassen.

Gezondheidszadel
Uroloog dr. Ypma van de Andros Mannenkliniek: “Veel fietsen kan inderdaad leiden tot irritatie van de prostaat, waardoor die gaat zwellen en de doorgang van urine door de plasbuis bemoeilijkt wordt”. Ook de relatie met impotentie is hem bekend. Ypma: “Mannen die veel fietsen kunnen problemen voorkomen door een speciaal zadel aan te schaffen. Het best kun je kiezen voor een kort gelzadel met een gleuf op de plaats waar het schaambeen op het zadel rust. Zoals het gezondheidszadel van vroeger, eigenlijk”.

Derde bal
Van wielrenners wisten we al, dat ze soms pittige klachten over hun zitvlak krijgen. Vooral het ‘perinium’, het gevoelige gedeelte tussen balzak en anus waar zich allerlei zenuwen bevinden, is berucht. Het volle lichaamsgewicht rust daar tijdens het rijden op. Een zeer pijnlijk bobbel, ook wel ‘derde bal’ genoemd, is soms het gevolg.

Vrouwen
Ook bij vrouwen kunnen problemen ontstaan, zo bleek al uit eerder Amerikaans onderzoek. Bij meer dan de helft van de 180 vrouwelijke wielrenners kwamen klachten voor. Ze varieerden van pijn en een verdoofd gevoel aan het zitvlak en de genitale organen tot pijn tijdens seks. De klachten konden soms enkele dagen aanhouden. Ook hier was de conclusie, dat bij gebruik van een gespleten zadel veel minder klachten optreden.

De Warche met z’n hoogten en laagten

Opnieuw een Reisverslag van Mies de Wolf

De Warche met z’n hoogten en laagten
Uiteraard maakten we al eerder kennis met de Warche in Weywertz. Al naargelang of de sluizen in Butgenbach open staan of niet, is het verschil in hoogte minstens een halve meter. Soms leek het er naar of hij zou buiten z’n oevers treden, dan weer scheen de bedding leeg te lopen. Afgelopen winter was de Warche vooral een donkere rivier die zich een weg baande in een contrasterend wit landschap. Reinhardstein, al veel over gelezen, bejubeld, geprezen. Nogal logisch dat ik dat ook wou zien. Op een mooie zonnige zaterdag, begin april, plannetjes en kaarten ter hand, gingen we op verkenning. We lieten de wagen achter onder de kerktoren van Robertville en togen richting stuwdam.



Het was voor ons vanzelfsprekend dat we eerst een flinke wandeling zouden maken. We vonden een pad en na enige tijd keken we neer op het toch wel sprookjesachtige kasteel midden in de bossen. We liepen richting Ovifat en op onze weg merkten we het kapelletje waarvan sprake in de routebeschrijving. Een open deur lokte ons naar binnen. Het Mariabeeld achter het altaar is uit hout gesneden maar daar merk je niks van omdat het beschilderd is met blauw en wit, zoals men dat met de meeste Maria-kes doet. We zetten onze tocht verder en het was eerder gokken om de juiste weg te vinden dan dat we konden rekenen op de beschrijving. Deze was dan ook al meer dan 10 jaar oud. De gekapte bomen van toen waren inmiddels vervangen door ‘n uit de kluiten gewassen bos. Eens aan de rand ervan, kregen we een magnifiek panorama. Links Reinhardstein, rechts strekte zich het dal van de Warche uit, langs beide zijden donkergroen van de sparren.


Vanaf dit mooie uitzichtpunt was het enkel nog dalen tot aan de rivier. We staken het bruggetje over. Dit is genieten van de pure natuur. Het was sterk klimmen tussen de reusachtige rotsblokken die overgroeid waren met mos.


Plots trok een gigantische waterval aan de overkant de aandacht. Is dit de hoogste natuurlijke waterval van België? In ieder geval maakte deze op mij meer indruk dan de kunstmatige in Coo. Even verder aanschouwden we het kasteel vanuit kikkerperspectief. Opnieuw een bruggetje over om vanaf daar weer te klimmen tot aan het kasteel. Het is niet groot maar wel leuk om zien. Hier werd in de zeventiger jaren flink aan gewerkt. Om dit monument van binnen te bekijken, komen we graag nog eens terug…


De dag erna trokken we opnieuw richting Warche. Deze keer verder stroomafwaarts. Ik had ergens gelezen dat er aan de rechteroever een ‘route des crêtes’ was. Deze wou ik ook eens verkennen om dan langs de andere kant langs het vlakke pad terug te keren. We parkeerden de auto in Chôdes en meteen kregen we een schitterend uitzicht.


In de verte ontdekten we de skipiste van Bévercé. We trokken het bos in maar door het enorm slingerende pad raakten we weinig vooruit. Ver beneden ons hoorden we de Warche stromen en boven ons scheen de zon.


Na enkele kilometers kwamen we in een door storm geteisterd gebied. Massa’s bomen lagen ontworteld en waren de helling afgeschoven. Het brede pad waar wij op liepen had hun val gebroken met als gevolg dat onze weg werd versperd en we over de boomstammen moesten klauteren. Stel je je onze teleurstelling voor toen we merkten dat onze weg was afgesneden – letterlijk dan – door een modderlawine. Daar was geen doorkomen aan. Opnieuw die tientallen boomstammen over? Neen, daar had niemand zin in. De steile helling afdalen was ook niet zonder gevaar maar toch verkozen we dat ipv opnieuw dat klauterwerk. Beneden was een pad te zien maar volgens mijn plan liep deze weg dood – in de Warche. Het werd nog waarheid ook. Wat nu? Niemand zag het zitten om dezelfde weg terug te gaan. Dus bottines en sokken uit, de broekspijpen omrollen en voorzichtig met onze bleke voeten in het ijskoude water. Mijn voeten deden pijn van de kou en van de harde stenen waarmee de bodem bezaaid ligt.


Al krijsend bereikten we de overkant waar we onze voeten afdroogden met de papieren zakdoekjes die we in onze rugzak vonden. Welgeteld één getuige maar die had amper oog voor ons. Zelf kampte de arme man met pech. Zijn fiets had ‘platten tube’ en zijn ‘operatie’ nam meer tijd in beslag dan de onze. Voor zover ik kon zien kreeg hij het gaatje niet in een keer gedicht zodat hij de band nog een tweede keer van het wiel moest halen. We aten onze picknick op een bank. Intussen gloeiden onze voeten gelijk houtskolen in een haard. We zetten onze weg nog even verder maar de planning om tot aan het kasteel te gaan zou niet lukken. We keerden langs dit mooie pad terug stroomafwaarts. In tegenstelling tot de ‘crêtes’ waren we hier niet alleen. Het was soms te druk naar mijn zin. Aan de camping ‘Du Moulin’ aangekomen, trakteerden we ons op een stevige pint in het met antieke potten en pannen getooide café. Met vernieuwde energie begonnen we aan de laatste zware klim naar Chôdes. Einde van een avontuurlijke wandeling waar we de Warche niet alleen gehoord en gezien hebben maar ook aan de lijve gevoeld.


Nu bijna 2 maand later en met veel slechter weer, bezochten we Reinhardstein. We lieten de wagen op de parking aan het stuwmeer. Met opgestoken paraplu en tegen de wind in liepen we over de dam om dan links meteen het bos in te duiken. Indien je vanaf daar de gele ruitjes volgt, kom je vanzelf aan het kasteel uit. Vorige keer leek het er wel ‘opendeur’, nu was alles slotvast. Ha, een wandeling om het kasteel en een eindje langsheen de Warche was ondanks het slechte weer een goed alternatief om de tijd te verdrijven. De regen kwam met bakken naar beneden en het anders zo mooie pad veranderde bijna in een beek.


Toch ontglipte ons niets van de schoonheid. Het geluid van de bruisende rivier, de varens die hun weertje wel hadden, de ontluikende bloempjes van de brem iets minder…In de hoop dat nu de poort wel open zou zijn, keerden we terug. Krijtpijlen op de grond verraadden dat mountainbikers hetzelfde pad werden opgestuurd. We staken het houten brugje over en klommen opnieuw tussen de bemoste rotsblokken omhoog en kwamen daar een mountainbiker tegen. Ocharme de jongen. Zijn fiets zag er niet gezond uit. Het achterwiel zat geblokkeerd, de ketting lag in de knoop met de versnelling. Niet alleen de wanhoop droop van de fietser af maar ook het slijk. Hij vroeg ons de weg naar het dichtstbijzijnde dorp. We vertelden hem dat Ovifat wel in de buurt is maar dat er toch wel wat klimwerk aan te pas zou komen. Bovendien moest hij de hele weg zijn fiets dragen. En wij maar zeuren dat de wind met de paraplu speelt…


Geen 2 stappen verder hoorden we het gebulder van de waterval. In vergelijking met vorige keer was hij nu veel krachtiger. Niet moeilijk met zo’n weer. Het kasteel prijkte nog even triomfantelijk boven op de rots maar het hek was en bleef gesloten. Niet veel later stonden er naar schatting honderd mensen met een paraplu boven het hoofd te wachten op de rondleiding. Een taverne hier zou gouden zaken doen. Maar er is niets, geen drankje, geen droog plekje, geen bank om op te zitten. Wachten dus in de kille regen. Om vijf voor half drie ging het slot van het hek maar we kwamen nog geen meter vooruit. De man die open deed sprak geen woord. Elke minuut keek hij op zijn klok. Uiteindelijk kwam er een wagen aan met daarin onze gids. De dame vroeg de Franstaligen mee te gaan met meneer. Van deze grote groep kleurrijke paraplu’s – meer was in feite niet te zien – volgden welgeteld 2 personen. Het resultaat was dat amper een vierde van de aanwezigen onze gids kon horen. Een herhaling voor de staart van de groep was er niet bij, ook niet binnen.


Ze vroeg om de Vlamingen, die volgens haar net zo goed Frans verstaan, zich bij haar collega te voegen. Ook dit bracht weinig zoden aan de dijk. Waar het uur van de rondleiding al een half uur later was, was ook de inkom van 5,5 naar 6 euro opgetrokken. De man ‘zonder stem’ liet zijn groep dan nog voor wat ze was en ontving de euro’s van onze groep. Het was zonder overdrijven een chaotische bedoening. Binnen in het kasteel was het drummen en afwachten tot de ene groep de zaal verliet om plaats te maken voor de andere. Neen, wat organisatie betreft: een dikke 0! Het neemt niet weg dat het kasteel zowel buiten als binnen de moeite waard is om zien en gelegen is in een schitterende omgeving!


Als je door het raam kijkt, zie je honderd meter lager een nietige Warche. Professor Overloop had wel een knappe collectie antiek bijeen verzameld alleen jammer dat het allemaal een beetje door elkaar staat. Eerst een schilderij uit de 18de eeuw, daarnaast een harnas uit de 14de eeuw en dan weer een wandtapijt uit de 16de eeuw enz…Allemaal een beetje verwarrend toch.


De vele kleine kinderen hun geduld werd danig op de proef gesteld. Niet alleen werd het hek achter onze rug op slot gedaan maar ook de kasteeldeuren zelf! Dit om de mensen van het volgende uur tegen te houden maar dit is gewoon niet verantwoord! Zo on-in-neem-baar als het vroeger was, zo on-ont-koom-baar is nu dit sp(r)ook(jes)kasteel. Wie van mij een pluim verdient is Professor Overloop die met eigen middelen van de ruïne opnieuw het Reinhardstein maakte tot wat het nu is.

Winterprik, reisverslag van Mies

Winterprik…
…niet met een speldenkop maar met een priem! Dé belevenis van dit weekend. In de Hoge Venen ligt alles nog wit, de wegen glad en de sneeuwruimers hebben de handen vol.

Na de middag komt de zon er door en de sneeuw smelt zienderogen. Enkele uren later valt het er alweer duchtig uit en alles ligt in mum van tijd onder een smetteloos wit tapijt. Om middernacht sjeest de sneeuwruimer voorbij. Zaterdagochtend is het zo goed als windstil wat ervoor zorgt dat bomen en sparren met sneeuw bedekt zijn.

Op weg naar de skihut merken we weinig langlaufers op. Wie rekent nu, bijna half maart, nog op langlaufen? De sneeuw voelt ook papperig aan onder de voeten. De Warche wordt rijkelijk gevoed met smeltwater en stroomt snel en donker van het ene meer naar het andere. Proppen sneeuw zitten als vogelnestjes in de struiken. Momenteel is het minus 1 graad maar volgens Patrick zal het een koude nacht worden. Na enkele Bombardino’s kunnen we er weer tegen en keren we huiswaarts.

De bakker heeft, zoals afgesproken, ons brood aan de deur gehangen. Ik mis mijn favoriete programma want ik val gelijk een blok in slaap. Zondag geen wekker nodig: om kwart voor 7 komt de sneeuw met veel gedonder en gekraak aan de rand van de weg terecht. Lees: op onze inrit. De zon verandert de minuscule sneeuwvlokjes in glinsterende diamantjes.

Ons vosje loopt in de weide. Meer dan een uur is hij op jacht naar iets eetbaar. Hij komt heel dichtbij en zo kan ik zijn bewegingen beter zien. Nu weet ik dat het opspringen – waar ik het in een vorig verslag over had – niets anders is dan een aanval op een prooi die zich onder de sneeuw bevindt. Deze keer met succes. Ik ben er niet zeker van maar denk dat het een muis is. Een paar meter verder graaft hij een kuil, dropt zijn prooi en met zijn snuit schuift hij er sneeuw over. Rondom hem zitten 2 kraaien en evenveel eksters hem gade te slaan. Hij lijkt deze kapers op de kust niet te kunnen vertrouwen en graaft zijn muis terug op en werkt ze naar binnen. Heel dit gedoe levert me een grappig stukje film op.

Het begint weer heftiger te sneeuwen. Na de middag trekken we de snowboots aan om een nog ongekend stukje Weywertz te ontdekken. We nemen de weg naar Nidrum welke ons een mooi plaatje oplevert van de kronkelende Warche in de vallei.

We slaan het eerstvolgend pad links in om dan nogmaals links terug richting dorp te gaan. ‘Gaan’ is niet het juiste woord. Mijn boots verdwijnen – zonder te overdrijven – geheel onder de sneeuw! Dit is een calorieverbrander eerste klas! Een beeld uit mijn kindertijd van een trekpaard dat door een vers geploegde akker stapt, komt me voor de geest. Geen levende ziel is ons voor geweest. Rechts worden we door langlaufers ingehaald. Het panoramisch uitzicht vanaf de Grünenberg maakt indruk op mij evenals de stilte die er heerst.

Aan de brug over de rivier kan Rudy het niet nalaten om sneeuw in het water te gooien. Ik kijk glimlachend toe en volg de blokken tot ze uit het zicht verdwijnen.
We laten de spoorweg letterlijk en figuurlijk links liggen: genoeg geploeterd…
Terug thuis vergast de vos ons weer op leuke taferelen. Meestal loopt hij boven op de sneeuw maar af een toe ‘trapt hij door’ en belandt met zijn kinnebak in de sneeuw. Een koppel roofvogels cirkelt boven hem. Denk maar niet dat ons slim vosje iets voor jullie zal bovenspitten!

Op de terugweg naar Eupen laat ik me ontvallen: “ We zijn precies in Oostenrijk”.
Onderweg krijg ik nog meer romantiek te zien. Aan de rand van het bos staat een koppeltje vol bewondering naar een sparrenboom te kijken. De mutsen warm over de oren getrokken, de armen rond elkaar geslagen. Stel je voor: een spar, zwaar beladen met sneeuw, de zon met maartse kracht bij negatieve temperaturen. Het resultaat zijn ijspegels van 10cm die glinsteren als juwelen in een vitrinekast. Geen mens die een kerstboom zo kan versieren.

De parkings van Mont-Rigi, Signal de Botrange en Baraque Michel staan vol auto’s. Kinderen stappen van de slede met een tegenzin zoals ik die ook ken als we terug naar Antwerpen moeten.

Reisverslag: Winter in Weywertz

Opnieuw een reisverslag van Mies De Wolf

Na een intensieve werkweek pas laat vertrokken en zo een (vrije) dag gemist. Weinig sneeuw te zien onderweg. Pas vanaf Waimes kleurt het landschap wit.

Zaterdag 25 / 2
Een rustig dagje dat begint met uitslapen. We maken een korte middagwandeling. Iedereen is met de sneeuwschop bezig. De zon schijnt krachtig maar kan moeilijk op tegen de gure wind. De wit-rode windmolens tekenen fel af tegen de lichtblauwe hemel.

Zondag 26 / 2
Lichte sneeuwval, maar al wat valt, blijft liggen. ‘s Middags naar Malmedy. Vanaf de parking volgen we de mensen die in groten getale naar het centrum stappen om de carnavalstoet te bewonderen. Het grappigste vind ik de ‘neuzen van Stavelot’ die, mooi in een rij, nietsvermoedende (???) mensen volgen in gaan en handelen.

Traditioneel worden appelsienen vanuit de praalwagens naar de omstaanders gegooid. Jammer dat er zoveel op de grond terechtkomen en onder de voeten vertrapt worden tot een rode smurrie. Een enkeling die zich bukt om de ongeschonden exemplaren op te rapen, keert met 2 volle zakken naar huis. Ondanks het feit dat we warm ingeduffeld zijn, bevriezen we van de kou. De thermometer geeft –7° aan en met die sneeuwval is het echt geen weertje om stil te staan. Het groepje jongeren dat naast ons staat, lijdt daar niet onder. De fles gaat van mond tot mond. Kunnen we beter ook doen…We springen bij de bakker binnen voor een reuzengroot rozijnenbrood. ’s Avonds zit de lucht potdicht en dikke vlokken vallen naar beneden.

Maandag 27 / 2
Warm ingepakt op stap. Boven onze hoofden vliegen een honderdtal ganzen van west naar oost. We wandelen door het gebied ten zuiden van de weg Malmedy- Bütgenbach wat ons weer nieuwe prachtige landschappen biedt. Opnieuw thuis loopt ‘onze’ vos dartelend in de weide.
’s Namiddags rijden we richting Sankt-Vith. In Faymonville sneeuwt het al niet meer en nog 5 km verder ligt alles vaalgroen onder een stralende zon. Hier lijkt het wel lente! Dit leren we vandaag: je geraakt op Rosen Montag bijna door geen enkel dorp. Iedereen in de Oostkantons is in feeststemming. Op de terugweg krijgen we pas thv Waimes opnieuw de eerste sneeuwvlokken, terwijl het in Weywertz blijkbaar ononderbroken sneeuwde. Ongelooflijk, op 10 km afstand heb je een andere wereld.

Dinsdag 28 / 2
Er valt er nog meer sneeuw en ook vandaag is ons vosje te zien. Joepie! Even langs bij Ria om ons ervan te vergewissen of de skihut open is. Neen, iedereen heeft nog een houten kop van de carnavalsfeesten: “geen kat die opduikt”, zegt Patrick…
We wandelen langs de Walbruckstrasse en keren terug langs de Champagnerweg. Daar gaan de hemelsluizen open en de sneeuw valt met bakken naar beneden. We raken er helemaal onder bedolven en nu gelijken we wel wandelende sneeuwpoppen. Men staart ons aan alsof we zónder kleren lopen. Het ziet er niet naar uit dat het de eerste uren zal ophouden…

Woensdag 1 / 3
De sneeuwruimers, groot en klein, kunnen niet volgen met het sneeuwvrij maken van wegen en opritten. Tegen dat de ene oprit gedaan is, kan je opnieuw aan de andere beginnen. Dit is dweilen met de kraan open! Zo rond de middag klaart het uit, de zon komt er door en er is geen vuiltje meer aan de lucht. Onze kennissen arriveren zonder problemen en een paar uur later zijn we op stap richting skihut. Langlaufers schuifelen door de loipen. De Warche stroomt snel door het witte dal. Helemaal bezweet belanden we in de skihut waar we het nodige vocht naar binnen kieperen. De weg naar huis nemen we langs de spoorweg. Er valt geen onderscheid te maken tussen de rails en omgeving. Alles zit onder een dik pak sneeuw. Daarbij worden we nog eens overladen met een nieuwe sneeuwbui wat het extra zwaar maakt. Op tijd stoppen om op adem te komen. Er sluipt een rode draad in onze gesprekken. Telkens er iemand ter sprake komt – het maakt niet uit wie – wordt steevast de vraag gesteld: “leeft die nog?” We plooien dubbel van het lachen. Met de uitspraak “het kan maar gezond zijn” ploeteren we verder in de 30 cm dikke sneeuwlaag. ’s Avonds met z’n allen naar Büllingen om er lekker te gaan tafelen. Neen, geen haring met frieten voor ons maar een mals varkenshaasje met een hartige zigeunersaus.

Donderdag 2 / 3
Vandaag verwachten we ons Femke en vriendin die met de trein in Eupen aankomen. Eens buiten Weywertz zijn de wegen sneeuwvrij. In de Hoge Venen is het aan de skicentra een drukte van jewelste. Deze mensen hebben geluk met zo’n felblauwe hemel en een stralende zon. Het Veen ligt als een reusachtige diamant te schitteren in het weidse witte landschap. Je kan tientallen kilometers ver kijken!
Het station van Eupen geeft het gevoel er eentje op het einde van de wereld te zijn. De enige trein die daar aankomt, is die met Femke en Ellen aan boord. Hun reiskoffer gaat nog net in de wagen. Ze hebben meer bij dan wij voor een ganse week. Ach ja, het zijn jonge meiden hé. Op de terugweg blijven de “oehoehoe’s en de waaow’s” niet uit. Ze zijn danig onder de indruk van zoveel moois en zoveel sneeuw. Op de achterbank worden plannen gemaakt: foto’s nemen, langlaufen, skiën, wandelen, sleeën, een iglo bouwen… Hallo, jullie blijven geen hele week, hoor! Enige tijd later zijn we op weg naar de skipiste van Nidrum. Ruimte zat op de parking en op de piste. Ideaal om die twee beginnelingen de regels van het skiën aan te leren. Ellen komt straight ahead naar beneden. Femke schuift van links naar rechts in de diepe sneeuw waarin ze telkens ook nog eens een afdruk van haar lichaam maakt. Uiteindelijk doet ze zoals Ellen: sticks aan de kant en zoef…naar beneden.


( Rudy in het rode skipak samen met Femke, de eerste twee op de piste )

Met zo’n piste als deze, met weinig mensen die je ondersteboven kan sjezen, is dit nog min of meer verantwoord. Groot jolijt! Ook op de sledepiste ernaast kan de pret niet op. Klein en groot schuift er, al dan niet gecontroleerd, naar beneden De zon brandt in het gelaat, het volgende moment sneeuwt het geheel onverwacht en een kwartier later is er weer dat heerlijke zonnetje. Op tijd terug naar huis. De meisjes huppelen van de ene sneeuwhoop naar de andere terwijl de ondergaande zon de horizon rood kleurt. Wat kunnen ze hier van maken? Uiteindelijk werd het een zeeschildpad.

Het valt wel op dat men hier weinig sneeuwmannen maakt. Als in Vlaanderen een laagje van 3 cm ligt, wordt alles bijeengegraaid om een pop te maken. Onderweg zie ik er welgeteld één. Ze staat boven op een tuinbank, anders staat ze uiteraard verloren in die massa.

Vrijdag 3 / 3

De sneeuwruimer heeft – tot groot ongenoegen van Femke en Ellen – de poten van de schildpad afgebroken. Dat leed is gauw vergeten als Rudy hen naar de piste van Nidrum rijdt. Deze keer met de slede de afdaling doen én dan nog te voet naar huis terug! Onderweg nog wat met de sneeuw spelen. Van al die inspanningen kregen ze wel een gezond kleurtje.

Opruimen, inpakken en jammer genoeg terug naar het troosteloze Antwerpen…

Bombardino en zo, Reisverslag Mies de Wolf

Vrijdag 10 februari

Na een hele week ongeduldig aftellen kondigt zich deze ochtend eindelijk het vertrek aan. Deze keer wél de snowboots in de koffer dus halt houden aan Baraque Michel. ( Voor ons geen moeilijk raadsel van “wie-is-wie” op deze parking

We lopen langs de Fischbachkapel het weidse witte en ongerepte landschap in.

De wind snijdt in het gelaat zolang we ons in het open, mistige Grande Fagne begeven. Bijna niets is herkenbaar van de beschreven wandeling nr. 9 uit het wandelboek van JvR. Het pijpestrootje steekt nog net met zijn kop boven de sneeuw uit. Bomen en struiken zijn in een witte vacht gehuld.

Jammer, de mist is te dicht om ten volle van dit sprookjesachtig landschap te genieten. Eens in het bos op het tracé van Vèkée is het aangenaam zacht. De sneeuw kraakt onder de voeten terwijl ze 10 cm wordt samengedrukt. Wat had ik graag tot aan het verloofdenkruis gewandeld maar het is zwoegen in deze massa verse sneeuw en we keren op onze stappen terug.

De sneeuwscooter start net om de loipen te trekken. Op de parking staan intussen al zo‘n 15-tal auto’s. Warme mutsen en ijssleden worden uit de koffer gehaald en de kinderen springen van ongeduld.

In Weywertz aangekomen, ligt er alweer een halve meter sneeuw opgewaaid voor de poort. Je kan het gevolg al raden…

Na een korte siësta te voet naar de houtzagerij. Jawel, onze kamin is een feit! De verkoper een beetje het vuur aan de schenen gelegd met als gevolg dat de voorzetkachel nog deze week geplaatst wordt. De namiddag vullen we met hout stapelen en hout stapelen. Het ‘profijt’ van hout is dat je je er zo dikwijls aan kan warmen!

Zaterdag
De windmolens prijken levenloos aan de horizon. Dit belooft een rustige dag.
Via deze site in contact gekomen met Ria dus hoog tijd om eens kennis te maken met een Vlaamse Weywertzer. Hubert brengt mensen dichterbij. We stappen de Lego-winkel binnen en daar staan we oog in oog met de uitbaatster. Neen, dat hier ook de toeristische dienst van WW is gehuisvest, was me niet eens opgevallen. Op haar aanraden stappen we – na een uitgebreide babbel – via de Walbruckstrasse naar de skihut.

Onderweg kruisen langlaufers ons pad. Menigeen belandt op z’n achterwerk. ‘Zwartglijders’ klauteren de helling op. Niet te onderschatten hoogteverschillen in WW!!
De Warche steekt scherp af tegen de omgeving.

In de skihut treffen we achter de toog de man die perfect voldoet aan de beschrijving die Ria ons gaf… We maken ook nog kennis met onze eigenste buurman. WW en zijn bevolking geeft stilaan geheimen prijs. De bombardino wordt menigmaal geproefd en goedgekeurd.
Het gaat vlot bergaf tot de brug over de Warche. Vandaar in rechte lijn naar huis en dat kan alleen maar langs de oude spoorweg. Net als gisteren in het Veen, zetten wij ook hier de eerste voetstappen in de maagdelijk witte sneeuw. Het voordeel van deze route spreekt voor zich: weg van de drukke straat en uitzicht over een glooiend landschap waar de Warche als een zwart lint door slingert.

Zondag
Het wordt bijna een gewoonte: een kwartier lang een vos gadeslaan die met speelse bewegingen door de weide host. Straks beschouw ik hem nog als een huisdier.
Op pad om een vakantiewoning te zoeken voor een goede kennis van ons. Niet eenvoudig. De ene is al verhuurd, de ander wil net die week verbouwingswerken doen…Uiteindelijk vinden we nog iets vrij en leggen dat meteen ook vast.
Gaan we nog een bombardino drinken? Ja, waarom niet. Onderweg is het duidelijk dat nog meer langlaufers naar WW afzakten.

Anderen maken een minder intensieve wandeling. Kinderen amuseren zich met een sneeuwfort bouwen of met sneeuwballen gooien. In de skihut duiken zwetende voorhoofden en blozende wangetjes op om een gluwein of een frisse pint te drinken.

Op weg naar huis, opnieuw langs de spoorweg uiteraard, spelen klein en groot in de sneeuw. Sleden, plastiek zakken, zelfs tapijten komen te pas om dan met veel jolijt de helling af te glijden.

Weywertz is mooi! Intussen dwarrelen de eerste sneeuwvlokken naar beneden.

De Twee Meren



Opnieuw een indrukwekkend reisverslag van Mies De Wolf:

Vrijdagochtend vertrek te Stabroek met een temperatuur van –4°. Na elke 50 km rijden werd dat een graadje extra en zo was het –8 bij aankomst in Weywertz.
We nemen afrit 7 en net in de bocht, op 1m van de vangrail, staat een vos. Ik kijk hem recht in de ogen. Het is maar voor even maar toch staat zijn schattig snuitje op mijn netvlies gebrand. Hij riskeert daar wel zijn leven mijn gedacht!
We volgen de borden ‘Baraque Michel’ en een tijdje later rijden we door de prachtige Hoge Venen. Onbeschrijflijk wat mist en vorst samen kunnen creëren!
Elke boom en elk plantje is met een dikke laag rijm bedekt wat het meest feeërieke landschap oplevert dat je je maar kan inbeelden. Ook dàt beeld bewaar ik in de rugzak van mijn herinneringen.

Het gehele landschap is nog wazig vanwege de laaghangende wolken. Toch probeert de zon door te breken. Ze slaagt er in om mijn voornemen er een luie dag van te maken van de baan te vegen.
De drang om naar buiten te gaan wordt groot en zo trekken we op pad. Als ik uit de garage het pad op ga, heb ik gevoel alsof ik een schansspringer ben. Even dat wipje omhoog om dan niks anders te doen dan afdalen – in een slowmotion dan – deze keer richting meer van Robertville. Wat is het weer heerlijk rustig op de weg…
De geur van brandend houtvuur helpt de planning voor morgen op te maken. Wij willen ons ook kunnen koesteren aan een gezellige warmte zoals alleen een houtkachel die kan geven….
De zon staat niet ver boven de horizon en toch is de rijm aan de bomen verdwenen. Nu hangen waterdruppels als parels te schitteren. Samen met de zwarte takken tekenen ze scherp af tegen de blauwe lucht.

Ik geniet van het besneeuwde landschap en vooral van de kunstwerken welke de wind met sneeuw maakte.

De aangegeven “liggende blauwe rechthoekjes” route is toch meer iets voor de zomer. Op enkele plaatsen is het ronduit gevaarlijk. Aan de rand van het meer is het oppassen of je glijdt er zo in of op. Dit droogt door de vrieslucht uit en het ijs blijft op de oever achter. Daar een laagje sneeuw op en je weet waarover ik het heb. De aanblik van het witte dichtgevroren meer geeft me wel een romantisch gevoel.

Een grappig uitzicht krijg je van op de brug. Konijnen vinden het blijkbaar leuk hun naam in de sneeuw te schrijven.

De blauwe rechthoekjes leiden ons via de N 676. Het drukke verkeer maakt van dit een heel vervelend stuk. Bij mijn weten is hier geen alternatief. Blij dus met de afslag naar Outrewarche alwaar de rust weerkeert. Vandaar gaat het vlotjes naar beneden en steken we voor de tweede maal het meer over.

Naar schatting stapten we 10 km maar de laatste drie… daar zie ik echt tegen op. Wij zijn helemaal geen ervaren stappers. Nog nooit gewandeld tenzij we door vrienden op sleeptouw genomen werden. Niet verwonderlijk dat ik voor tv in slaap val en ook de zonsopgang mis op zaterdagochtend. We halen ons rijdend salon van stal en begeven ons naar Waimes om een ‘kamin’ te zoeken.

Gedurende een half jaar overleggen we wàt we precies willen maar we zijn er tot op heden nog niet uit. Ook in de winkel kunnen we geen keuze maken. Een voorzet of een inbouw, wat zal het worden??? Geladen met brochures en nog evenveel vragen stappen we buiten. We rijden door naar Malmedy. Daar bekruipt me een echt ‘toeristengevoel’ zeker als we daar de toeristische dienst binnen stappen om de vers gedrukte folders uit te zoeken.

’s Avonds steekt er wind op en ik vraag me af wanneer ik het eerste houtblok op het vuur zal gooien.

Zondagochtend arriveren Kim en Maarten. Deze laatste vroeg zich af waarom we niet iets aan de Kalmthoutse heide hadden gekocht. Dat had hem 2 uur extra slaap opgeleverd.

Vandaag een ander meer op het programma. Dus wij naar Butgenbach en ik kan je verzekeren: daar ben je niet alleen!! We volgen de houten ‘10 km-vingertjes’. Een schitterende wandeling, deels door het bos, deels in open vlakte, een beetje klimmen en dan weer dalen en dat met afwisselende uitzichten over het meer.

Hier past best de foto welke Hubert daar precies een dag eerder nam. (‘Het meer van Butgenbach’ terug te vinden op 29 januari).


Want zoals de regelmatige lezer van deze site al kon lezen, heeft mijn fototoestel het eergisteren begeven. Gelukkig heeft ons Kimmeke haar plaatjesmaker bij zodat we toch nog beelden van dit prachtige stukje natuur hebben.

Sporen verraadden hoeveel mensen er zich al op het gladde ijs begaven. Ook nu was iemand stuntelige pogingen aan het doen om zich op schaatsen voort te bewegen. Voor hem lijkt het nog een kunst om zich staande te houden. Intussen genieten wij van de krachtige, weldoende zonnestralen terwijl we in de hut onze voeten even rust gunnen. Eens in de schaduwzijde van het meer, gaat snel de jas aan. Het jonge stel besluit om de paar extra kilometers naar huis er ook nog bij te nemen en zo vertrekken ze met z’n tweetjes te voet naar WW terwijl wij met de auto terug keren.

Van oud naar nieuw, door Mies de Wolf

Gedurende de hele donderdag werd onheil voorspeld: vrijdag zou het ijsregenen en de wegen zouden gevaarlijk glad worden. Daardoor werd het vertrek enkele uren vervroegd. Na het oppikken van de op-hete-kolen-zittende ouders met een propvolle auto naar Weywertz. Daar aangekomen hielp Jos Rudy met het sneeuwvrij maken van de inrit. Rudy wordt daar al gedreven in.
Met de opgewarmde worstenbroodjes van Tine hadden we snel een stevige hap naar binnen. Klaar om te gaan wandelen. De sneeuw kraakte onder de voeten. Naast een zonderling die sneeuw ruimde, niemand op pad. Opnieuw in onze straat zette Tine er een stevige pas in. Het leek of ze de stal rook. Even later zaten we gelijk 4 rijpe kersen te blozen in de zetel..

Zaterdag 31/12
Van de sneeuwbui die ’s avonds nog kwam aanwaaien was deze ochtend niet veel meer te merken. Het witte tapijt was voor de helft gesmolten, een proces dat door de flauwe regenbuien nog versnelde. Laarzen waren geen overbodige luxe om in het smeltend goedje te stappen. Niet eens zo ver van huis verwijderd, zagen we hem: de vos!

Hij liet zich aanschouwen in z’n volle ornaat tot hij ons in het vizier kreeg. Hij kruiste ons pad om dan met zijn staart horizontaal achter hem over de weide richting bos te lopen waar hij uit ons zicht verdween.
We trokken Zuidwaarts de N 632 over en volgden de spoorweg tot Baileux. Vandaar keerden we terug richting WW maar dat verliep niet zo gemakkelijk.

De opgewaaide sneeuw lag er nog ongerept en tot 20 cm dik bij. Rudy voorop en zo profiteerden we met ons drieën van zijn voorgevormde stappen. Aan het einde van deze dreef moesten we een stapje opzij zetten voor een tractor. Kon die nu niet wat eerder naar de akker rijden? Vanaf hier vervolgden we gemakkelijk onze weg via het tractorspoor.
In de voorraadkast stond alles behalve paneermeel dus in het dorp nog langs het supermarktje want er stonden nog gehaktballetjes met gesmoorde komkommer op het weekmenu. Jos bladerde in een boek, Tine worstelde met een kruiswoordraadsel, Rudy maakte een PowerPoint voorstelling voor zijn leerlingen en ik deed voorbereidingen voor de avond. We hielden het eenvoudig met allerhande hapjes en keken naar de shows op tv.
Na het aftellen en nieuwjaarswensen en -zoenen stonden we met 4 op een rij door het raam te gluren. We genoten van het vuurwerk dat in alle maten, vormen en kleuren uiteen spatte. De gehele horizon lichtte op, we wisten niet waar eerst kijken.

Op 1 januari
eerst Tine, Jos en dan ik uit bed. Rudy verscheen pas ten tonele toen wij het ontbijt al naar binnen hadden gespeeld.
Rudy draaide een paar vijzen in de vaatwasser want dat ding kwam zo langzamerhand helemaal uit de kast gekropen. Nog even luieren en de klok in de gaten houden want om 12u werden we in restaurant Lindenhof verwacht. Althans dat dachten we… we stonden niet in hun agenda. Rudy liet de chef-kok het ingesproken bericht op de gsm horen maar die vent twijfelde zelfs nog aan zijn eigen stem. Geen probleem, in mum van tijd werd een tafel voor ons gedekt. Uiteraard hadden we deze korte afstand te voet af gelegd. We wandelden langs de juwelierswinkel waar de klok precies 12u aan wees. Wij zo tegen elkaar dat die klok blijven hangen was toen ze die extra seconde hadden toegevoegd aan de laatste dag van het jaar. Je weet wel, om gelijke tred te houden met het draaien van de aarde. Geen van ons bleek er erg in te hebben dat het effectief 12u was toen we daar passeerden. Dat werd pas later duidelijk. Bij het apéritief haalde Tine herinneringen op. We werden vergast op een hapje van het huis in de vorm van een wildpaté op salade. De wijn à volonté bracht ons vrouwen in een vrolijke stemming. Wij zaten daar met rode kaken van het lachen, de mannen eerder van schaamte. Tijdens een bezoek aan het toilet leek het ernaar dat Tine de wc pot aan het demonteren was. Zo’n kabaal! Het diner was heerlijk en we begaven ons terug naar huis. We namen de kortste weg. Jos vond dat ik zo al genoeg omweg maakte. De klok van de juwelier gaf 4u aan. Pas dan beseften we dat er niks mis was met de klok maar wel met ons! En toen hadden we nog niet eens gedronken… De klim naar boven ging veel gemakkelijker dan anders en zo zitten we, puffend van het vele eten, weer lekker in ons warme huisje. Onze gasten zijn gewaarschuwd: vanavond moeten ze op niet veel meer rekenen.

Maandag 2/1
Ik was als laatste aan de ontbijttafel. De auto in op weg naar Monschau. Ons “Tineke” (mijn splinternieuwe GPS) stuurde ons helemaal rond en zo kwamen we aan de achterkant van het typische vakwerkstadje uit. Het zag er nog vrijwel eender uit dan 25 jaar geleden toen ik het voor het eerst bezocht.

Op de terugweg aan Grun Kloster de auto aan de kant gezet en een gedeelte van wandeling 15 uit het Hoge Venen wandelboek gemaakt. (Ik vermoed dat de schrijver ervan, Julien Van Remoortere nog familie van me is maar hoe kom ik dat te weten?) Een pad door een mooi sparrenbos bracht ons naar de top van de Regenberg (575m).

Als je het ooit stiller dan stil wil hebben…Ik werd zelf ook even stil toen er plots mist kwam opzetten.

Gelukkig was het einde van de wandeling in zicht. Een laatste foto nam ik nog van de vallei van de Hündelbach waar het -naar het schijnt- in het voorjaar geel ziet van de narcissen.
Opnieuw de auto in en via Nidrum naar Butgenbach. Bakkerei Halmes was gesloten dus stapten we binnen bij Heinen waar we met een koffie en een stukje kaastaart weer helemaal bij kwamen. Gewapend met een 7 granenbrood terug naar huis. Intussen kregen we telefoon van ons Femke dat ze had gelift – vanwege geen normale busdiensten op nieuwjaar – en warempel terecht was gekomen bij mensen uit…Weywertz! Zij waren op familiebezoek in Antwerpen. De wereld is soms klein….

Dinsdag 3/1.
Als eerste uit bed dus gauw een lekker warm badje genomen. Intussen stond een strooiwagen aan onze oprit. Een half uur later brachten collega’s een jerrycan diesel en kon het zout strooien doorgaan. Wel zout getankt maar geen mazout..
Dan richting Montenau. Pràchtig weertje. De zon schijnt en 0° dus ‘warm’. De hespenfabriek is wel de moeite om te gaan bekijken. Eerst een filmpje in het Nederlands waar de hesp van het varken allerlei behandelingen ondergaat, precies dezelfde als die die je door de doorkijkraampjes te zien krijgt. Hesp proeven en dan meenemen natuurlijk.
Daar we toch in Montenau waren, maakten we van de gelegenheid gebruik om te wandelen in het Wolfsbusch. Heeft het iets met de naam te maken, ik weet het niet, maar ik voelde me er erg goed. Zonder overdrijven vind ik dit bos het mooiste wat ik ooit zag.

Nog nooit de zonnestralen zo door de bomen zien priemen! Met de sneeuw krakend onder de voeten liepen we voorbij omgezaagde mastodonten van bomen. Jammer dat motorzagen de rust verstoorden.
Na 2 uur wandelen kwamen we met hulp van Rudy’s aangeboren duiven-gps terug aan de wagen die we geparkeerd hadden aan het voormalig ‘ Wolfsbusch’ hotel. Niets wijst erop dat het geen hotel meer is, je kan het enkel nog huren.

Panoramisch uitzicht en rust gegarandeerd! Via Ondenval en Faymonville terug naar huis waar we letterlijk een boterhammetje aten. De snijmachine van de vorige bewoner deed voor de eerste keer dienst. Rudy deed een poging om de satelliet-ontvanger te (ont)regelen doch er blijven enkel Duitse zenders te ontvangen.

Woensdag 4/1

Een ontbijt met schitterende zonsopgang! Na de schoonmaak jas aan, richting Champagne. Het leek hondjesdag te zijn. Elke hond liep voor lange of korte tijd met ons mee. Jongeren schoten nog overgebleven vuurwerk af op straat. De wegen lagen bezaaid met restanten van vuurpijlen. Lege champagneflessen getuigden nog van feest in het dorp. Bij de bakker langs om brood en appeltaart om de verloren calorieën terug op te halen. Na deze korte wandeling scrabble gespeeld met Tine. Zij dacht overal zomaar wat woorden te mogen leggen maar dat pakte natuurlijk niet bij mij.

Intussen werd onze haag geschoren door een man van de gemeente.(?) De houtsplinters vlogen met kracht tegen de ramen. Als je op zo’n moment buiten staat, zie je eruit zoals een cactus vrees ik.
Na de komkommer met balletjes genoten we van de naar kaneel geurende appeltaart die nog veel lekkerder smaakte dan dat ze er uitzag. Zo moet dat!

Donderdag 5/1
Vannacht en de rest van de dag stuifsneeuw. De zon bleef afwezig. Vanwege de klachten dat de wandeling gisteren te kort was – naar Champagne en terug – vonden we er maar niet beter op dat te voet te gaan naar de bakker……in Butgenbach. De wind zat ons recht in het gezicht en voelde daardoor ijskoud aan.

Het pad voerde over de spoorweg en een weide met nog een ferm pak verharde sneeuw. Daar bleven we even staan om te genieten van het 360° panorama. We dronken een tas koffie bij Halmes, zo konden we er weer tegen. De straat lag op sommige plaatsen nog bedekt met sneeuw. Daar waar de zon de kans kreeg, was het gevaarlijk glad en voor alle veiligheid liepen we naast de weg.
Dit was geen minne wandeling voor onze zevenenzeventigjarigen maar ze hadden erom gevraagd…
Na een rustige avond, een laatste overnachting en de schoonmaak terug naar huis waar een nieuwe werkweek ons opwacht.

Alle Foto’s bij dit verslag staan in Wirtzfeld Gallery > Reisverslagen > Mies De Wolf