Sneeuw

Sneeuw

Home
Hoger


Winterse sneeuwbui in Lummen in januari 1999.In Amerika en Noord-Europa is sneeuw in de wintermaanden een normaal verschijnsel en vele bergtoppen over de hele wereld zijn er permanent mee getooid. De Kilimanjaro in Tanzania heeft een permanente sneeuwkap, terwijl de berg slechts drie graden ten zuiden van de evenaar ligt.
Sneeuwvlokken beginnen als ijskristallen die een wolk vormen als waterdamp rond minuscule vaste deeltjes bevriest op de middelhoge en hoogste niveaus van de atmosfeer. De afzonderlijke ijskristallen groeien geleidelijk aan elkaar en vormen sneeuwvlokken. Zodra de sneeuwvlokken zwaar genoeg zijn, vallen ze naar de grond. IJskristallen nemen afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid van de temperatuur en de vochtigheid van de omringende luchtmassa vele vormen aan.
Met de uitvinding van de microscoop werd voor het eerst de schoonheid en diversiteit van de ijskristallen zichtbaar gemaakt. De Amerikaanse boer William Bentley (1865-1931) maakte duizenden vergrotingen van foto's van ijskristallen en merkte op dat er geen twee kristallen identiek waren.

De temperatuur van de sneeuw.Sneeuw bedekt de grond  rond de Mangelbeek in Lummen op een prachtige winterse dag in februari 1999.
De sneeuw die uit een wolk valt, smelt vaak onderweg en bereikt als regen de grond. Het smeltproces onttrekt echter latente warmte aan de omringende lucht, waardoor de luchttemperatuur daalt en de kans groter wordt dat de sneeuw die daarna valt de grond zal bereiken.
Interessant is dat de temperaturen rond het vriespunt ideaal zijn voor sneeuw en lagere temperaturen niet. Want hoe warmer de sneeuw, hoe meer vocht deze bevat en hoe groter de vlokken zullen zijn. Aangezien de sneeuw bij een temperatuur van omstreeks 0 Celsius kan smelten, kan hij grotere vlokken vormen als hij weer bevriest. Het gevolg hiervan is dat zeer kleine veranderingen in temperatuur het verschil maken tussen sneeuw of regen uitmaken.
Sneeuw kan in zeer veel verschillende vormen op de grond vallen, die afhankelijk zijn van wind, temperatuur en vochtigheid. Bij luchttemperaturen ver beneden het vriespunt ontstaan kleine, poederachtige vlokken die ideaal zijn voor de skisport. Sneeuwvlokken die bij temperaturen dichter bij 0 Celsius worden gevormd, zijn groter en natter en blijven vaak aan oppervlakten kleven. In de zogenaamde sneeuwjachten kan de sneeuw door de krachtige wind in dalen en tegen huizen worden opgehoopt. Als de sneeuw eenmaal is gevallen, kan ze smelten of bevriezen, waardoor ze harder en compacter wordt.
In bergachtige gebieden kan een ophoping van sneeuwlawines veroorzaken. Dit wordt vaak veroorzaakt door nieuwe neerslag van losse poedersneeuw op een harde basis die door eerdere sneeuwbuien is gevormd.
Blizzards (hevige sneeuwstormen) komen vaker voor, maar zijn net zo gevaarlijk. Ze ontstaan door de combinatie van zware sneeuwval, lage temperaturen en krachtige winden en kunnen hele steden lam leggen. De white-out is een verschijnsel dat hiermee verbonden is en doet zich voor als de grond en de hemel niet meer van elkaar te onderscheiden zijn door zware sneeuwval en lage bewolking, waardoor navigatie onmogelijk wordt. In landen waar deze omstandigheden voorkomen, behoren de waarschuwingen voor blizzards tot de belangrijkste weervoorspellingen.

Naar het begin van deze pagina.