Oogstmaand
De volksweerkunde stelt geen bijzondere eisen, want de oogst moet nu al rijp zijn.
| 1. Augustus' eerste week heet en laf, veel winterse sneeuw wacht af. |
17. Stekende vliegen, dat kan niet liegen, zij voorspellen regen allerwegen. |
| 2. Begin Augustus heet, lang en wit winterkleed. |
18. Is 's avonds de spin op de been, 't zal regenen, 'k wed tien om een. |
| 3. Als Sint Dominicus gloeit, een strenge winter bloeit. |
19. Ochtendregen, houdt de pelgrims tegen. |
| 4. Begin Augustus regenvlagen, regen in de laatste dagen. |
20. Als schaapjes rustig aan de hemel staan, kan men zonder plu uit wand'len gaan. |
| 5. Geeft Augustus zonneschijn, zeker krijgen we goede wijn. |
21. Zingt de vink in de morgenstond, zo hij zeker regen verkondt. |
| 6. Als de eerste augustusweke heet is, peinst dat de winter lang en wit is. |
22. Als de muggen dansen gaan, is 't met regenen zeker gedaan. |
| 7. De eerste regen in Augustus jaagt de regen voor. |
23. Als de hoenders kakelen lang en goed, zal 't regenen in overvloed. |
| 8. Als de oogstmaand het sterk dauwen doet, blijft gewoonlijk het weder goed. |
24. Zoals Bartolomeus is, blijft 't gans de herfst gewis. |
| 9. Noordenwind in Augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan. |
25. 's Avonds speelt de zwoelte, 's morges is er koelte. |
| 10. Op Sint Laureins regenvlagen, zes weken duren de waterplagen. |
26. Wind in de nacht, water in de gracht. |
| 11. Is 't warm en standvastig weer, brengt Augustus d'eerste peer. |
27. De zon in Augustus, fopt de meid in de moestuin. |
| 12. Is het weer de oogst goed gezind, valt er weinig regen, is er geen harde wind |
28. Oostenwind met regen, duurt drie dagen, zes of negen. |
| 13. Het weer van Sint Kassian, houdt gewoonlijk weken aan. |
29. Regent het op Sint Jansonthoofding, dan bederven de noten. |
| 14. Regenboog in d'avondstond, leg dan uw hoofd op een zachte grond. |
30. Als voor 't laatst de koekoek roept, dan bederven de noten. |
| 15. Is 't weer op Maria-Hemelvaart uitgelezen, zo zal de herfst voortreffelijk wezen. |
31. Was Augustus heet, lang en wit het winterkleed. |
| 16. Menigeen heeft 't al ondervonden, wervelwinden zijn aan 't augustusweer verbonden. |